woensdag 11 februari 2015

Eten (alweer)



Deze zondag kom ik op de markt Brigitte tegen en praten we zoals gewoonlijk over eten. Brigitte ('ik eet altijd de vetrandjes aan de eendenborst mee want ik kom uit de Lot') weet hoe je in de natuur moet overleven, kent de plekken van de lekkerste paddestoelen en maakt een mooie salade van paardebloemblaadjes. Zelfs van witlof kan ze een velouté te fabrieken waar je je vingers bij aflikt. Bij dat alles blijft ze onbegrijpelijk slank en elegant, een echte petite Française op duizelingwekkende hakken in hippe kleurtjes en haar coiffure altijd onberispelijk geverfd.

‘We gingen eten bij Michel en Cathy,’ vertelt Brigitte enthousiast. ‘Bij het apéro hadden we hapjes, stukjes brood met rillette, worst, dat soort dingen. Toen kwam Michel met een pan vol met clams in de roomboter. Met knoflook en peterselie natuurlijk. Heel veel boter. Maar verrukkelijk. Daarna had hij eendenhartjes. Oók in de roomboter en knoflook en peterselie. Su-per-bon. Toen kwam er cassoulet. Cassoulet! Als gáng! En dat was niet alles. Hou je vast, cassoulet met confit de canard. Waanzin. We waren bijna dood. En toen kaas. En toen ijs, zo lekker! Helemaal zelf gemaakt. Pruimenijs met een vanillesausje. Véél teveel natuurlijk. Maar zo lekker. We waren dagen niet in staat om iets te doen. Wat denk je, heb je vandaag tijd om trompettes de la mort klaar te maken? We zijn vanochtend wezen zoeken.


woensdag 4 februari 2015

Frengelsen



Het blijft verbazingwekkend. Al die Engelsen die hier in de Lot/Périgord neerstrijken. Niet alleen pensionado’s, maar ook jonge gezinnen. Die hier niet zelden al vijftien jaar wonen en wiens puistige pubers perfect tweetalig zijn. Zo word je op de markt aangesproken door groepjes scholieren die taartjes verkopen voor hun schoolreisje. Eerst gaat het in het Frans en dan is er altijd wel een kind dat roept ‘Are you English? We speak English too, you know!’ 

Ik word erg blij van dit smeltkroeskarakter. In de eerste plaats omdat het naar mijn idee aangeeft dat de Fransen in deze regio over het algemeen open staan voor buitenlanders zoals wij. Buurvrouw Annemarie begroet met ‘Hello’ en heeft als stopwoordje ‘Why not’ met een heerlijk Frans accent. Koorzangeres Eliane maakt vlekkeloze vertalingen van Engelstalige informatie voor het koor. En à propos koor, mijn Franse koorzangers doen hun stinkende best op al die Engelse nummers die ze door de stembanden geduwd krijgen, soms met kreunen en steunen, maar de liedjes die we al wat langer zingen, gaan steeds makkelijker: de aanvankelijk fronsende gezichten, wegduikend op de achterste rij, trekken toch bij in de loop van de repetities. Uiteindelijk staat iedereen even opgewekt uit het hoofd ‘Happy together’ te zingen.

Omgekeerd is de vermenging van Engelsen en Fransen ook erg leuk, nog los van de rijke geschiedenis die ze gemeenschappelijk hebben. Een Engelsman die Frans praat, is altijd goed voor poëtische momenten en hilarische woordgrappen: een email die vol zelfspot ondertekend wordt met ‘Ah tray byan-toe’ – het woord ‘Franglais’ dat ik alleen maar uit boekjes kende, is hier een levend begrip. Een klein utopia van Frengelsen bevindt zich hier in Cazals: elke donderdag komen autoliefhebbers van allerlei afkomst naar de oude brandweergarage om daar de hele dag te sleutelen aan klassieke tractoren. Met natuurlijk een gedeeld déjeuner, waar de (Franse) voorzitter van de club de hele ochtend voor in de keuken staat, in het gezelschap van alle honden die door de knutselaars worden meegenomen. Het maakt dan weinig uit of je goed in je Frans zit als buitenlander. Het mannenparadijs van de mechaniek overstijgt alle grenzen, dus ook taalbarrières.

Ook de muziek heeft van zichzelf al het internationale karakter. ‘Mijn’ Fransen, Engelsen, Amerikanen, Ieren, Hollanders en een Zwitserse zingen elkaar in het koor wekelijks toe en delen hun hapjes en drankjes bij het maandelijkse apéro (over andere gewoontes van de streek klik hier). De individuele zang- en pianoles geef ik ieder in zijn of haar eigen taal en samen genieten we van de kruisbestuivingen: pop en klassiek, Italiaanse aria’s of Cole Porter’s mooie jazz standards, noten leren lezen of improviseren op de piano zonder dat je een noot hoeft te kennen, in je eentje zingen of ook eens een duet uitproberen – en waarom dan niet met iemand van een andere nationaliteit.

Kortom, we kijken weer uit naar het zonnige seizoen. Dan gaan we onze muziek weer delen met een gestaag toenemende groep Vakantiezangers uit Nederland die in juni en september meedoen aan de zangweken in en rond Cazals, en in juli in de Aveyron. Komende maand maken we het repertoire rond. Wil je je ook een week lang onderdompelen in stemvorming, mooie muziek en het goede Zuidfranse leven, snuffel dan even rond op www.papageno.net.

woensdag 10 december 2014

C'est l'hiver!

Een beetje koud is het nu wel in het paradijs. We brengen bij de buurman tweehonderd meter verderop, boer Patrick en zijn Nanette, een flesje wijn en een ronde boeren-Gouda in feestverpakking in ruil voor de ladingen snoeihout die we van hun land hebben weggesleept afgelopen zomer. Waarschijnlijk kunnen we er de hele winter van stoken, zij het dat er wel steeds iemand thuis moet zijn omdat de kachel elke twintig minuten aanvulling wil. De dikke eikenblokken kunnen wel even wachten. Die liggen nu onder de bomen aan de rand van het weiland onder een zeiltje de winter door te komen.

En met recht ‘doorkomen’ want het is koud en nat! Een plakkerige ijsregen heeft zich meester gemaakt van de heuvel waar ons dorp ligt. Alle twintig inwoners van centre ville zijn overgeleverd aan gure noordenwinden en dan weer slagregens vanuit het zuiden. We halen kruiwagens vol met hout van het weiland waar de wind en de regen je om de oren slaat, storten het hele zaakje in de schuur en worden dan vanzelf warm van al het gezaag. Tussendoor dienen zich zang- en pianoleerlingen aan.

En dan einde dag, ietsje donkerder dan de middag en de ochtend die ook al donkergrijs waren, de adventskaarsen aan, biertje met nieuwe walnoten uit Marminiac en voor het avondeten flinterdunne bavette van slager Cabanel uit het dorp aan de voet van de heuvel, die je op dit tijdstip, alvorens iets te kunnen bestellen, uit de kroeg naast de slagerswinkel moet halen. Niet dat hij een drinkebroer is. Het is gewoon einde dag en het is mauvais tammm dus wat wil je. (Voor meer over dit merkwaardige accent van de streek, klik hier.)

Maar even terug naar het begin – we waren dus bij Patrick en Nanette. Twee seconden na onze onaangekondigde binnenkomst heeft Nanette de TV uit en de glazen op tafel. Een hele hoop misbaar dat zo’n cadeau toch niet had gehoeven, immers hout delen, c’est normal en we zijn toch buren. Een doosje met apéro-zoutjes is opengetrokken en na nog een keer met de ogen knipperen staan er vier flessen drank op tafel. De onvermijdelijke Ricard, een fles rosé van de buren op Moncalou (die iedereen van ons in huis moet hebben anders ben je niet geïntegreerd) en twee flessen met ieder een pleister als etiket. Op de ene staat ‘vin de pêches’ (perzikenwijn) en op de andere ‘vin de noix’ (walnotenwijn). Die moeten we proeven dus worden er per persoon twee wijnglazen neergezet.

We hebben vaker notenwijn gedronken: iedereen maakt ‘m en je koopt ‘m natuurlijk ook in de supermarkt. Walnoten zijn als foie gras maar dan diervriendelijker – een echte specialiteit van de streek.

Deze vin de noix is de lekkerste die we ooit gehad hebben. Nanette trekt een heel bescheiden gezicht en geeft de schuld aan haar broeljong (‘brouillon’ is een kladpapiertje, in dit geval met het accent van het zuiden èn afkomstig uit Nanettes receptenboek). Er gaat een liter Cahors-wijn in, ¾ liter eau de vie (moet je bij de apotheek halen), 300 gram suiker, een snuifje nootmuskaat en twee fijngestampte kruidnagelen.

De grootste verrassing is dat er in het recept helemaal niet de walnoten staan zoals wij die kennen, maar de groene, onrijpe die je van de boom moet trekken. Om de ontzetting compleet te maken, zit in de vin de pêches geen perzik maar het blad van de perzik. Hoe verzin je het. En de smaak… sterk en toch zacht en vooral heel puur. Ik raak er gewoon ontroerd van. Hebben wij weer. Het ene avontuur na het andere. Niet altijd even fijn, zoals iedereen op televisie kan zien bij Ik vertrek en zoals we zelf ook meemaken en hebben meegemaakt.

Maar er gaat geen dag voorbij of er is wel weer een mandje met zegeningen te tellen. Ook, overigens, zoals bij iedereen. 


zaterdag 15 november 2014

Blaffende auto's

Na regen komt een hele mooie herfstdag. Zo mooi dat het tijd is om wijn te gaan halen in Puy l'Evêque. Hier in het zuidwesten stap je voor je plezier in de auto. Omdat het weekend is, lijkt de weg wat drukker dus ik kom in een half uur rijden maar liefst 11 auto's tegen. Daar zitten ook jagers bij in hun vier-keer-viers of (meestal) in een wit busje, oudere types zoals Citroën C15 of Renault Expresjes, maar wel allemaal wit.

Puy l'Evêque aan de Lot
De honden gaan ook mee en zitten nog net niet achter het stuur. Ze hebben echter wel een eigen auto: dankzij het gebrek aan wegenbelasting bezitten mensen hier een auto voor netjes, een auto voor boodschappen (aftrappertje of erfenis van opa) en een auto voor de hond. Die laatste categorie is doorgaans het leukst om te zien: stel je een afgekloven auto voor en maak het dan in gedachten drie keer zo erg, dan kom je in de buurt.

Hondenauto's hebben meestal geen achterbanken meer en zijn volledig kaalgekrabd tot op het glimmende plaatwerk. Om van de buitenkant nog maar te zwijgen: onder de deuken, alsof de hond er rijles in heeft. Ik heb een hondenauto gezien waarvan een deel van het dashboard, de ruitenwisserschakelaar en de versnellingspook opgevreten waren. Bij navragen bleek dat het per ongeluk niet de hondenauto, maar die voor netjes betrof waar Gloria, een schat van een Duitse herder, even alleen in was gelaten.

Maar goed, een ritje van een half uur, al dan niet in een blaffende auto, is een genot. De herfstkleuren gaan schitterend samen met de gele stenen van de huizen en kerkjes. Zeeën van bloemen op de eeuwenoude kerkhoven omdat het net Toussaint is geweest.

Kasteel Les Grèzes bij Puy l'Evêque
Maar waar ik absoluut niet op voorbereid was: de kleuren van de wijngaarden aan de Lot. En voor het eerst sinds de vijf keer dat ik hier geweest was, viel mijn oog ineens op een door de zon beschenen kolos ergens tegen een heuvelwand geplakt: het veertiende-eeuwse kasteel van Les Grèzes. Meteen maar even heen gereden. Het was toch zondag en dan moet je vrij nemen.

Gewoon altijd zó druk met werken dat we bijna vergeten toerist te zijn in eigen land.

Om te zien wat je zoal bij de genoemde wijn kunt eten: klik voor recepten: konijn met mosterd en sojasaus | kip met kweepeer of appel | groene salade met zonder brandnetels | Wiener Schnitzel | spinazie op z'n Italiaans | gevulde groenten | salade gourmande | gevulde kip | zomerse pasta met gerookte forel


Bidden en drinken op z'n Occitaans

Inmiddels zijn de zangers van het Pays Bouriane (de kleine streek waar o.a. Cazals ligt) weer aan een nieuw seizoen begonnen. De zang- en pianolessen en een cursus Van Blad Zingen zijn gestart, ik coach een Franse gospelgroep met zeven zangeressen. La Chorale de Cazals, mijn koor dat tijdens de zangvakanties van 2014 heeft meegezongen en erg veel plezier heeft gehad met de Nederlandse vakantiezangers, is het seizoen gestart met bijna veertig leden. Meer over waarom zangers zoveel plezier hebben, cliquez ici.

Als eerste bijdrage aan het gemeenschapsleven van de omliggende gemeenten hebben we opgetreden in de prachtige kerk van Montcléra.

Het was ter gelegenheid van de jaarlijkse mis in het Occitaans, het plaatselijke 'patois'. We verstonden af en toe een woord en de priester sprak ons een paar keer vriendelijk aan in het Frans. Verder zongen we onze liedjes wanneer we een seintje kregen en verliep de mis in een vrolijke chaos - want ook een groot deel van de Franse congregatie verstond er geen klap van.

De echte katholieken zongen braaf op tijd 'alleluia' en 'amen' en 'sanctus' maar het klonk dunnetjes omdat niet alle aanwezigen zo geroutineerd waren.

Toen na de zegen van de priester (ik denk tenminste dat het de zegen was) een meneer naar voren stapte en voor de microfoon zijn keel schraapte, ging er een geroezemoes door de kerk heen. Hij haalde diep adem en zette uit volle borst het Occitaanse volkslied in. Bijna iedereen viel in en de rest zong lalala, de melodie is immers niet moeilijk. Ineens werd er niet meer dunnetjes gezongen. De kerk dreunde van al dat vocale geweld. Er werden zelfs tweede en derde stemmen aangeheven.

Toen het lied afgelopen was, stroomde de kerk verdacht snel leeg. Op de heuvel bij het kasteel wachtte het apéritif, dat wist iedereen natuurlijk maar al te goed.

maandag 3 november 2014

L'occitan - of is het patois?



overal vind je het trotse occitaanse kruis terug
Het occitaans, of langue d’oc, is een cultureel stokpaardje in Zuidwest-Frankrijk. Ik lees op de voorpagina van de Roulotte, het regiokrantje van de culturele Lot: ‘Het occitaans loopt als een rode draad door traditie en moderne tijd, het immateriële erfgoed van de Causses du Quercy (dat is weer een soort subregio, zoals in de Dordogne de Périgord). Al duizend jaar laat de taal zijn sporen na in de teksten, verhalen en liederen van de streek.’
Het occitaans schurkt tegen Spaans en Italiaans aan, met afhankelijk van bij welk land je het dichtst in de buurt woont, meer of minder invloeden van die talen. Als je het leest, en je weet iets van romaanse talen, is het nog best te volgen. Onmogelijk te verstaan natuurlijk (soort van Italiaans uitgesproken op z'n Frans vergezeld van keel-achtige oerklanken) maar wel lekker om te zingen. Overigens zeggen veel locals dat ze geen occitaans spreken, maar patois. ‘Occitaans, dat is, eh…’ de oude Francine rolt met de ogen, ‘dat is een beetje anders. Minder van hier.’ Ik probeer begrijpend te knikken. 'Hier' en 'daar' is dan misschien het lands-taaltje dat per dorp verschilt en het occitaans waar de cultuurbeschermers van de stad mee bezig zijn.... Ik weet het niet en zal er misschien ook nooit achter komen.

De hele Midi-Pyrenées liggen bezaaid met liedjes. Ik voel me net een liedjes-schatgraver als ik door het landschap rijd met alle raampjes omlaag . De wind draagt de melodieën aan. Een oud vrouwtje spreekt me aan met scherpe, onfranse klanken en een rollende r. Een zangeres vertelt over de merkwaardige dansante en toch religieuze liederen die de pelgrims in deze streek hebben gebracht. Af en toe krijg ik geheimzinnige aanwijzingen: iemand fluistert ‘in St. Martial de Nabirat woont een troubadour’ of ik zie op zomaar een tijdschriftje een logo met daarop de Rossinhol, de nachtegaal die in zoveel liedjes voorkomt.

Ik hou de oren open.

zaterdag 20 september 2014

Even iets anders dan eten

Omdat we niet altijd kunnen eten, zingen en ons vergapen aan het Franse leven, volgt vandaag een klein filmpje met sfeerfoto's van La Douce France. Meer video's op het bijbehorende Youtube-kanaal. Enjoy! 



... En wil je je toch vergapen aan het Franse leven, dan zijn er wat voorbeelden uit het archief, bijvoorbeeld De nieuwjaarsreceptie, een hilarische bijeenkomst voor heel klein en stokoud, en het korte verhaal Hergebruik waarin we te weten komen hoe de slager eigenlijk over ons denkt. Veel plezier bij het doorbladeren van deze blog!