woensdag 11 februari 2015

Eten (alweer)



Deze zondag kom ik op de markt Brigitte tegen en praten we zoals gewoonlijk over eten. Brigitte ('ik eet altijd de vetrandjes aan de eendenborst mee want ik kom uit de Lot') weet hoe je in de natuur moet overleven, kent de plekken van de lekkerste paddestoelen en maakt een mooie salade van paardebloemblaadjes. Zelfs van witlof kan ze een velouté te fabrieken waar je je vingers bij aflikt. Bij dat alles blijft ze onbegrijpelijk slank en elegant, een echte petite Française op duizelingwekkende hakken in hippe kleurtjes en haar coiffure altijd onberispelijk geverfd.

‘We gingen eten bij Michel en Cathy,’ vertelt Brigitte enthousiast. ‘Bij het apéro hadden we hapjes, stukjes brood met rillette, worst, dat soort dingen. Toen kwam Michel met een pan vol met clams in de roomboter. Met knoflook en peterselie natuurlijk. Heel veel boter. Maar verrukkelijk. Daarna had hij eendenhartjes. Oók in de roomboter en knoflook en peterselie. Su-per-bon. Toen kwam er cassoulet. Cassoulet! Als gáng! En dat was niet alles. Hou je vast, cassoulet met confit de canard. Waanzin. We waren bijna dood. En toen kaas. En toen ijs, zo lekker! Helemaal zelf gemaakt. Pruimenijs met een vanillesausje. Véél teveel natuurlijk. Maar zo lekker. We waren dagen niet in staat om iets te doen. Wat denk je, heb je vandaag tijd om trompettes de la mort klaar te maken? We zijn vanochtend wezen zoeken.