Het allermoeilijkste wat
een ondernemer kan doen, is zichzelf vrij geven. Toch moet het een keer. Vooral
nu het voorjaarsgroen nog zo fris is en de boterbloemen en blauwe regens op hun
mooist. Zo sta ik na een ontbijtje met
croissants in de zon – het is per slot toch een vrije dag – foto’s te nemen de
mairie van Cazals. De kleuren van de bloesems overal in het dorp zijn bijna te
fel om naar te kijken. En om de blauwe regens te fotograferen, weet ik niet
waar ik moet kijken, ze zijn overal.
Volgende etappe. Naar Les Arques, het
fotogenieke kunstenaarsdorp waar Zadkine werkte en waar je nu elke zomer naar
kunstfestivals en muziekworkshops kunt, compleet met bekende
artists-in-residence. (toeristische tip: het enige restaurant is ook meteen een
culinaire hotspot: La Récréation).
Parkeren moet aan het begin van het dorp, de rest
is voetgangers only. Als ik de parkeerplaats oprij, kan ik nog net een jonge
spaniel ontwijken die blij voor de auto springt. ‘Lara! Viens ici!’ Een bejaarde dame met een platinablond kort
kapsel gilt naar de hond en komt met zwaaiende armen op me af gehold. O jee. Ik
reed maar 10 kilometer per uur, daar kon het niet aan liggen. ‘Je vous connais!’ joelt ze. Ze steekt
haar hoofd door mijn raampje en duwt twee onverwachte klapzoenen op mijn wangen.
‘Ik ken u wel! U speelt weleens in de mis op een clavier! En ik heb uw koor op de Marché de Noël gehoord! Weet u wie
ik net heb uitgezwaaid? De directeur van het symfonieorkest in Parijs!’ Ik moet
even bijkomen van deze stormachtige begroeting en murmel dat ik de auto even
parkeer zodat ik de motor uit kan zetten.
Ze wacht me op. ‘Ik heb een gite hier,’ ratelt ze verder. ‘Daarom ken ik ze allemaal. Vorig jaar had ik allemaal beeldhouwers. Gewoon bij mij in de tuin! Komt u niet even kijken in de gite?’
Ze wacht me op. ‘Ik heb een gite hier,’ ratelt ze verder. ‘Daarom ken ik ze allemaal. Vorig jaar had ik allemaal beeldhouwers. Gewoon bij mij in de tuin! Komt u niet even kijken in de gite?’
Argh. Niet nu. Tegen het middaguur is alles wat je fotografeert zinderend wit.
‘Mag het straks,’ vraag ik. ‘Ik wil nog naar de kapel van Saint André om de
fresco’s te zien.’ Geen probleem. Ze is er. Haar man ook en de hond en de
katten. Ze gaan sowieso nooit zoveel weg. Druk, weet u. Al die gasten. Al die
mensen die Les Arques en het museum en de festivals willen meemaken. Maar
allez, tot straks. Kom Lara, niet tegen de auto van mevrouw aan plassen. U
loopt gewoon die tuin daar binnen en daar zijn we. Meneer en mevrouw Hémon.
Fijne wandeling gewenst.
Zo wild als de chef van Lara is, zo stil is
het dorp. Vier wandelaars met witte sokken, korte broeken en rugzakjes dwalen
tussen de gele muren en kijken op naar blauwe luiken en lentebloemetjes. De
kerk van Les Arques met zijn super-akoestiek (gisteren de toestemming voor de
zangvakanties gekregen!) torent fier overal bovenuit. In het museum haal ik de
sleutel van de kapel van Saint André. Die ligt ergens verscholen in een bosje
tussen de heuvels. De weg erheen is sprookjesachtig, zonnig en verlaten. Duizend
jaar oud en eenzaam staat de kapel hoog tussen oude eiken. Aan de ommuurde
kleine begraafplaats staat een kronkelige fruitboom met tere witte bloesems.
Aardhommeltjes zoemen rondom een gat hoog boven in de muur. Er zingen wat
vogels en een paar bomen verderop klinkt het gehak van een specht. Verder is
het doodstil.
De deur van de kapel gaat krakend open en
hagedissen schieten weg. Dan, de lichtval door smalle raampjes en als de ogen
aan het donker gewend zijn, de veertiende-eeuwse fresco’s in rood, oranje en
amber. Met zoveel eeuwen die op me neerkijken, voel ik me nietig en gezegend
tegelijk. Ik blijf er een hele tijd.
Op de terugweg naar Les Arques realiseer ik me
dat ik niet eens de akoestiek heb uitgeprobeerd. De stilte en de energie van de
plek was te overweldigend.
(wordt hier vervolgd)
meer tweedelige geschiedenissen
(wordt hier vervolgd)
meer tweedelige geschiedenissen
© 2016 Anke de Bruyn. All rights reserved.