zaterdag 4 april 2015

Goede Vrijdag - niet zingen, wel eten

Contact met de kerk op de heuvel, de Notre Dame de Ginolhac (vijf keer Googelen voor de spelling, ik kan die naam nooit onthouden). Ik had de Messe des Rameaux begeleid, Palmpasen dus, en men had gevraagd of ik Goede Vrijdag weer kwam. Tuurlijk. Netjes wachten op de volgorde van de liedjes, Kyries, Credo's, Agnussen Dei, in- en uittochtliederen en studeerde ijverig een mooi preludium van Bach in. Eentje in C-mineur, zo mooi somber voor deze stille dag. Bovendien was Doris, een Engelse met een stem als een kanon, bereid een ijl en engelachtig Pie Jesu te zingen. Ook dat ijverig gestudeerd en we verheugen ons al. De kerk is erg groot voor een kerk in de Lot en heeft een lekkere akoestiek.

Vandaag is het Goede Vrijdag en ik heb nog geen liturgie gezien. Bellen met het secretariaat. Ah, wat fijn dat ik kwam. En dat Doris komt zingen, impeccable. Maar nee, er is geen liturgie. Op Goede Vrijdag wordt namelijk niet gezongen. Nee, helemaal geen muziek. Het is een stille dag, dus we wachten met zingen tot Pasen. En liever geen orgelspel aan het einde dus kunt u dat stuk van Bach de volgende keer spelen? Maar wel graag dat Pie Jesu, dat doet u dan als we ter communie gaan.

Zucht. Sleep ik voor één moppie m'n hele piano met bekabeling naar de kerk. Maar okee, het is voor een goed doel. En echt een goed doel. De mensen vinden het prachtig, mijn orgel, zelfs al is het een ingeblikt orgel. Ze hebben hier altijd kerkdiensten zonder instrumentale begeleiding, want de orgels zijn of kapot of verdwenen of ze zijn er nooit geweest. En Doris en ik gaan lekker een mini-optreden doen. En zoals een Engelse clavecimbel-speler voor ieder concert pleegt te verzuchten: 'SO much work for five minutes of music.' Maar hij trekt er altijd een héél blij gezicht bij.

En daarom trakteren we onszelf vanavond op een Italiaanse pasta.

  • Stop per persoon een grote hand walnoten in de keukenmachine.
  • Voeg toe 100 g crème fraîche en tenen knoflook naar smaak.
  • Voeg toe twee scheppen peterselie.
  • Maal er zout en peper bij.
  • Alles verhakselen.
  • Proeven of het zout genoeg is. 
  • Als de saus te dik is, een beetje water er bij.

Kook spaghetti of penne al dente en dien op met de saus eroverheen. Versier met olijfolie en peper. Bere-lekker met frisse witte wijn. Bon appétit en zalige Pasen.

Meer recepten: merguez | konijn met mosterd en sinaasappel | kip met kweepeer of appel | groene salade met zonder brandnetels | Wiener Schnitzel | spinazie op z'n Italiaans | gevulde groenten | salade gourmande | gevulde kip | zomerse pasta met gerookte forel

woensdag 25 maart 2015

Recept: netjes praten in de Lot


Of het goed gaat bovenop de heuvel, wil slager Cabanel weten. Sinds hij weet dat ik daar woon, bovenop een heuvel dus, opent hij altijd met dezelfde vraag. ‘Ça va là-haut?’ Gaat het daarboven?

Veel dingen klinken in het Frans zo gezellig, en dat là-haut ook. Là-haut is ook: het noorden, als in: ‘is het nu koud, daarboven?’ waarmee dan Nederland bedoeld wordt. Slager Cabanel heeft dan nog weer als extra gezelligheidsfactor dat hij de woorden als het ware uitspuugt, zoals het een Zuidwesterling betaamt. Ook de benamingen van zijn vlees worden versierd met het verrukkelijke Lotoise accent. Van saucisse worden alle lettergrepen uitgesproken dus ook de ‘se’ en de saucisson gaat in de slagerij door het leven als sossi-sóng. Een poulet klinkt eerder als poe-lé. En een hond is een sjèng – ligt natuurlijk niet in de slagerij maar het bekt zo lekker.

Maar het mooist klinkt nog het kale mormel dat midden in de vitrine ligt te prijken. Een konijntje. Meneer Cabanel ziet me er naar kijken. Ik wacht tot hij het zegt, ik hoor hem zo graag zijn mitrailleurvuur van lettergrepen afschieten. ‘Vous voulez ce la-pèng-là?’ Ha, heerlijk. Ja, doe mij die lapèng daar maar. ‘Zal ik ‘m door de helft doen?’ Ja graag, dan past hij misschien in mijn zunige casserole. ‘Niet te lang braden hè,’ waarschuwt hij en slingert het roze geval geroutineerd in een bruin papiertje.

Nu heb ik sowieso geen idee hoe ik dit beest moet klaarmaken, laat staan dat ik een kooktijd in gedachten had. De gebruikelijke redding bij gebrek aan kennis is Allrecipes.com. Probeer eens niet de punt-nl, maar de Amerikaanse versie en je rent de keuken in vol nieuwe inspiratie en rare combinaties die vaak erg lekker uitpakken.

José Miguel postte zijn Portugese lapèng en dat ziet er zo uit:

  • Vraag de slager om het konijn in stukken te verdelen. Verwarm je oven voor op 175 graden.
  • Maak een pasta van grove mosterd, sojasaus en een spuitje agave-siroop (handige en gezonde zoetstof).
  • Strooi zout en peper op het konijn. Smeer in met het mosterd-mengsel. Leg in een lage ovenschaal, besprenkel met wat olijfolie en schenk er wat witte wijn omheen. Zelf doe ik altijd een beetje witte wijn en een beetje water omdat ik niet van een vette wijnsmaak hou.
  • Afdekken met aluminiumfolie en 30 minuten in de oven zetten. Haal dan de folie eraf, draai de stukken vlees om en besprenkel met het sap van een bio-sinaasappel. Leg dunne schijfjes sinaasappel rondom het vlees. Voeg eventueel wat vocht toe.
  • Braad nog een minuut of twintig onbedekt in de oven (tussendoor testen of het vlees gaar en nog steeds mals is).
  • Serveer met aardappelpuree. Luxe-beesten scheppen daar wat peterselie doorheen. Yummy.
  • Het lekkerst met witte wijn, een fijne Chardonnay of Sancerre bijvoorbeeld.
Meer recepten: kip met kweepeer of appel | groene salade met zonder brandnetels | Wiener Schnitzel | spinazie op z'n Italiaans | gevulde groenten | salade gourmande | gevulde kip | zomerse pasta met gerookte forel

zondag 1 maart 2015

Vleugel te koop



Het zuidwesten is een brocante-paradijs. In april gaat het seizoen los met grote rommel- en antiekmarkten rondom Pasen. Daarna is er geen houden meer aan. Elk weekend is er in een van de dorpen in de Périgord en Lot wel een vide-grenier (vrij te vertalen met ‘maak leeg die zolder’). Ook zie je ’s zomers wel zelfgeknutselde bordjes met ‘vide-maison’, de Franse variant op ‘Garage Sale’. Wanneer je een bordje met ‘brocante’ ziet, houdt dat meestal in dat de markt voornamelijk gevuld is met professionele verkopers, eerder een soort antiekmarkt dus met navenante prijzen.

Ouwe spullen kun je ook op het internet vinden, dat hier voorzichtig zijn intrede heeft gedaan. Le Bon Coin is het Franse antwoord op Marktplaats en er zijn veel regionale sites – Frankrijk is immers een reusachtig land, vooral als je van oost naar west of omgekeerd moet. Geen snelweg te bekennen, alle péages lopen noord-zuid.

Die regionale Marktplaatsjes zijn vaak Engels. Er woont namelijk een ontstellende hoeveelheid Engelsen in het Franse zuidwesten. Maar er gaat ook een behoorlijke hoeveelheid weer terug wanneer ze een paar jaar met pensioen zijn en heimwee krijgen naar kinderen en/of kleinkinderen. Hun (vaak nieuwe) spullen zetten ze dan op een Engelstalige website of een Facebook-pagina. Soms vind je een echte schat. Dat dacht ik ook toen ik een foto van een Broadwood babyvleugel zag staan uit de tijd van Beethoven. Notenhout, sierlijke pootjes, prachtig bewerkte lessenaar, in een knusse woonkamer gefotografeerd. En zeshonderd euro. Broadwood vleugels waren in Beethovens tijd soms nog een ‘Hammerklavier’ en genoten een enorme bekendheid. Alle gevierde pianisten wilden een Broadwood & Sons. Misschien was dit wel zo’n exemplaar.

Ik toetste het telefoonnummer in. ‘Alle-au,’ zei een Amerikaanse basstem. De man heette Gooney en verkocht zijn Broadwood – hij sprak het uit als Brayd-wud – met pijn in het hart maar vooral wegens gebrek aan ruimte. ‘She’s such a beauty,’ zuchtte hij. ‘I’m so sorry having to let her go.’ Ik vroeg hoe de staat van het instrument was en hij vertelde enthousiast dat er drie bassnaren misschien vervangen moesten worden en dat er een toets bleef steken. Verder was de Beethoven-vleugel in excellent condition.
We maakten een afspraak en hij legde uit hoe ik moest rijden.

Op de afgesproken dag reed ik de afgesproken route en verdwaalde hopeloos in de rimboe rond een gat dat Frayssinet heette en ergens achter Gourdon in het grote niets lag. Het gat zelf was een middeleeuwse opeenstapeling van kromme straatjes waarin ‘linksaf’ of ‘rechtsaf’ of ‘rechtdoor’ volkomen nutteloze begrippen waren. In een middeleeuws dorp heb je ‘scherp links’ of ‘een beetje links’ of ‘min of meer rechtdoor, maar je kunt het beter even aan iemand vragen als er tenminste iemand op straat is’. Godzijdank had ik ontvangst en kreeg uiteindelijk Gooney aan de lijn.
‘Je rijdt in een groene Citroën? Ik heb je al twee keer langs zien komen. Misschien moet ik even naar buiten.’
Dat was inderdaad leuk geweest.

Na nog twee keer heen en weer rijden zag ik een man op straat staan. Zijn hoofd ging schuil onder grijze krullen en een dikke wollen muts. Een wollen trui hing als een tent om hem heen en uit de mouwen staken, naast knokige handen in vingerloze wanten, ook lange draden wol. Zijn spijkerbroek had in ieder been een winkelhaak. Ondanks de vrieskou droeg hij gympen, die waarschijnlijk nog uit de jaren zestig stamden.
Wild zwaaiend met beide armen kwam hij recht op de auto af gerend. Ik kon nog net op tijd stoppen.
‘Howdy!’ riep hij breed grijnzend. ‘This is it!’
‘It’ was een eeuwenoud, piepklein kloostertje dat alleen maar te herkennen was aan de toegangspoort met een smeedijzeren kruis. Een kleine patio lag vol met huiselijke onderdelen zoals klapstoeltjes, emaillen schalen, een wc-pot en een paar pannen. 

‘I’ll show you my baby,’ zei Gooney. ‘Come.’ Hij slofte voor me uit. We liepen over een kleine binnenplaats, die gevormd was door de gebouwen die eromheen stonden, waar misschien vroeger de cellen van de monniken waren. Ik zag muren met diepe scheuren erin, van boven tot onder. Ik struikelde bijna over een verwamingsketel waar roestige onderdelen en bouwmaterialen omheen lagen. ‘We zijn het zomerseizoen aan het voorbereiden,’ verduidelijke Gooney. Het woonhuis lag rechts, maar wij gingen linksaf, waar de schuurtjes waren. We stopten bij een deur die half uit zijn scharnieren hing en toegang gaf tot een klam hok. Toen mijn ogen aan het donker gewend waren, zag ik tussen een kleine verzameling toiletpotten en inelkaargestorte IKEA-kasten het lijk staan van wat ooit een vleugel was geweest. ‘Isn’t it a beauty?’ zei Gooney enthousiast. De vormen waren inderdaad nog intact, het notenhout was ondanks alle verwaarlozing nog steeds dapper aan het glimmen, of misschien kwam het doordat Gooney er continu met de mouw van zijn versleten wollen trui overheen aan het wrijven was. De klep stond open en een eerste blik was voldoende om vast te stellen dat de klep misschien al sinds 1830 open had gestaan in deze schuur. De snaren hadden dezelfde viesgrijze kleur als het vettige gietijzeren frame. 

Voordat ik adem kon halen, laat staan van mijn verbijstering kon bekomen, had Gooney een paar knerpende akkoorden aangeslagen. ‘And so soft and rich a tone…’ Het klonk zo buitenaards dat ik dacht misschien toch met een (ontstemd) Hammerklavier te maken te hebben. Ik vroeg hem hoe lang deze erbarmelijke situatie al duurde. De piano stond nu ongeveer een jaar op deze plek, antwoordde hij. Ach, misschien iets langer. In het vocht. In de vrieskou. En de foto in de knusse huiskamer, nee, die was van lang geleden, uit zijn vorige huis nog zelfs, als hij het zich goed herinnerde. Ja, ze hadden samen een gouden tijd gehad, Gooney en zijn Brayd-wud.

Ik was sprakeloos. Hoe kon iemand zo’n bijzonder instrument zo mishandelen? Hier was niks meer aan te redden. Wat zonde!
‘What do you think?’ hielp Gooney toen ik stil bleef.
‘Fijn dat ik ‘m eerst even gezien heb,’ zei ik naar waarheid. ‘I’ll think about it.’
Ik maakte me zo snel uit de voeten dat ik weer bijna over de vervloekte verwarmingsketel struikelde.

Marktplaats zet in zijn rijtje Slimme Tips op nummer één ‘Als iets te mooi blijkt om waar te zijn, dan is het dat meestal ook’. Geldt natuurlijk overal ter wereld dus ook in het paradijs.

woensdag 11 februari 2015

Eten (alweer)



Deze zondag kom ik op de markt Brigitte tegen en praten we zoals gewoonlijk over eten. Brigitte ('ik eet altijd de vetrandjes aan de eendenborst mee want ik kom uit de Lot') weet hoe je in de natuur moet overleven, kent de plekken van de lekkerste paddestoelen en maakt een mooie salade van paardebloemblaadjes. Zelfs van witlof kan ze een velouté te fabrieken waar je je vingers bij aflikt. Bij dat alles blijft ze onbegrijpelijk slank en elegant, een echte petite Française op duizelingwekkende hakken in hippe kleurtjes en haar coiffure altijd onberispelijk geverfd.

‘We gingen eten bij Michel en Cathy,’ vertelt Brigitte enthousiast. ‘Bij het apéro hadden we hapjes, stukjes brood met rillette, worst, dat soort dingen. Toen kwam Michel met een pan vol met clams in de roomboter. Met knoflook en peterselie natuurlijk. Heel veel boter. Maar verrukkelijk. Daarna had hij eendenhartjes. Oók in de roomboter en knoflook en peterselie. Su-per-bon. Toen kwam er cassoulet. Cassoulet! Als gáng! En dat was niet alles. Hou je vast, cassoulet met confit de canard. Waanzin. We waren bijna dood. En toen kaas. En toen ijs, zo lekker! Helemaal zelf gemaakt. Pruimenijs met een vanillesausje. Véél teveel natuurlijk. Maar zo lekker. We waren dagen niet in staat om iets te doen. Wat denk je, heb je vandaag tijd om trompettes de la mort klaar te maken? We zijn vanochtend wezen zoeken.


woensdag 4 februari 2015

Frengelsen



Het blijft verbazingwekkend. Al die Engelsen die hier in de Lot/Périgord neerstrijken. Niet alleen pensionado’s, maar ook jonge gezinnen. Die hier niet zelden al vijftien jaar wonen en wiens puistige pubers perfect tweetalig zijn. Zo word je op de markt aangesproken door groepjes scholieren die taartjes verkopen voor hun schoolreisje. Eerst gaat het in het Frans en dan is er altijd wel een kind dat roept ‘Are you English? We speak English too, you know!’ 

Ik word erg blij van dit smeltkroeskarakter. In de eerste plaats omdat het naar mijn idee aangeeft dat de Fransen in deze regio over het algemeen open staan voor buitenlanders zoals wij. Buurvrouw Annemarie begroet met ‘Hello’ en heeft als stopwoordje ‘Why not’ met een heerlijk Frans accent. Koorzangeres Eliane maakt vlekkeloze vertalingen van Engelstalige informatie voor het koor. En à propos koor, mijn Franse koorzangers doen hun stinkende best op al die Engelse nummers die ze door de stembanden geduwd krijgen, soms met kreunen en steunen, maar de liedjes die we al wat langer zingen, gaan steeds makkelijker: de aanvankelijk fronsende gezichten, wegduikend op de achterste rij, trekken toch bij in de loop van de repetities. Uiteindelijk staat iedereen even opgewekt uit het hoofd ‘Happy together’ te zingen.

Omgekeerd is de vermenging van Engelsen en Fransen ook erg leuk, nog los van de rijke geschiedenis die ze gemeenschappelijk hebben. Een Engelsman die Frans praat, is altijd goed voor poëtische momenten en hilarische woordgrappen: een email die vol zelfspot ondertekend wordt met ‘Ah tray byan-toe’ – het woord ‘Franglais’ dat ik alleen maar uit boekjes kende, is hier een levend begrip. Een klein utopia van Frengelsen bevindt zich hier in Cazals: elke donderdag komen autoliefhebbers van allerlei afkomst naar de oude brandweergarage om daar de hele dag te sleutelen aan klassieke tractoren. Met natuurlijk een gedeeld déjeuner, waar de (Franse) voorzitter van de club de hele ochtend voor in de keuken staat, in het gezelschap van alle honden die door de knutselaars worden meegenomen. Het maakt dan weinig uit of je goed in je Frans zit als buitenlander. Het mannenparadijs van de mechaniek overstijgt alle grenzen, dus ook taalbarrières.

Ook de muziek heeft van zichzelf al het internationale karakter. ‘Mijn’ Fransen, Engelsen, Amerikanen, Ieren, Hollanders en een Zwitserse zingen elkaar in het koor wekelijks toe en delen hun hapjes en drankjes bij het maandelijkse apéro (over andere gewoontes van de streek klik hier). De individuele zang- en pianoles geef ik ieder in zijn of haar eigen taal en samen genieten we van de kruisbestuivingen: pop en klassiek, Italiaanse aria’s of Cole Porter’s mooie jazz standards, noten leren lezen of improviseren op de piano zonder dat je een noot hoeft te kennen, in je eentje zingen of ook eens een duet uitproberen – en waarom dan niet met iemand van een andere nationaliteit.

Kortom, we kijken weer uit naar het zonnige seizoen. Dan gaan we onze muziek weer delen met een gestaag toenemende groep Vakantiezangers uit Nederland die in juni en september meedoen aan de zangweken in en rond Cazals, en in juli in de Aveyron. Komende maand maken we het repertoire rond. Wil je je ook een week lang onderdompelen in stemvorming, mooie muziek en het goede Zuidfranse leven, snuffel dan even rond op www.papageno.net.