maandag 6 februari 2017

Kwartiertje per dag



Gisteren na een repetitie met mijn vrouwenensemble stond Marie-Denise bij het raam en keek naar het briefje dat je hier op de foto ziet. Ze vroeg wat het inhield. Mijn antwoord was kort en incompleet – iets met dat ik de dingen die ik graag wil leren, elke dag moet bijhouden, oefenen etcetera. Maar dat is niet het hele verhaal. Die 15 Minutes a Day Method is een art de vivre geworden.

Het begon allemaal met mijn juf Italiaans toen ik nog in Nederland woonde. Ik wilde Italiaans leren want ik hou nou eenmaal van talen en dit is toch de taal der muziek, zullen we maar zeggen. Mijn juf zei dat ik mezelf een jaar moest geven, ik zou elke week een uurtje bij haar komen. Ze legde een grammaticaboek met oefeningen en gesprekjes voor mijn neus en dat verdeelden we in twaalf delen, eentje voor elke maand. Die verdeelden we weer in vieren zodat ik niet al te grote wekelijkse lesjes had om voor te bereiden. Op die manier zag mijn grote project er zeer overzichtelijk en behapbaar uit. Toen zei ze: ‘Je hoeft niet veel te doen thuis. Een kwartiertje per dag is voldoende. Maar let op: elke dag.’

Zo had zij haar talen geleerd, legde ze uit. Hou je vast. Ze sprak Italiaans, Frans, Russisch, Tsjechisch en natuurlijk Engels. Inmiddels was ze op haar 67e begonnen met het leren van Japans volgens haar 15-minuten-methode. Ik vond het geweldig, wat een focus had die vrouw. Maar voor mezelf had ik de nodige twijfels. ‘Zij kan dat doen,’ dacht ik, ‘want ze is met pensioen, zij heeft focus en ik niet, ze heeft tijd en ik niet, ze heeft geen partner, ze hoeft geen hout te hakken, ze hoeft niet een heel huis schoon te houden maar een klein flatje…’ Enzovoorts.

Allemaal smoesjes, wist ik na enig nadenken. Ik gaf mezelf een schop en ging aan de arbeid.

Hier komt de magie van de methode! Eerst dacht ik dus dat je gefocussed moest zijn om dit te kunnen. Maar het blijkt omgekeerd. Het zijn juist die 15 Minuten per Dag die je focus geven. Daarom heb ik dat briefje op het raam geplakt, omdat het met dat briefje begint.
Met mijn slechte handschrift heb ik mijn best gedaan er een mooi papiertje van te maken, waar ik graag naar kijk, en dat me eraan herinnert: ‘Het’ doet het voor mij.

Ik ga als volgt te werk.


  • Beginnen. Het moeilijkste onderdeel! Daarom zeg ik heel streng: ‘En kom niet uit je kamer voordat dat kwartier om is!’
  • Dan loop ik naar mijn werkkamer en dat loopje geeft gewicht aan de zaak: Geen afleiding! Gaan! (ik heb een beetje militaire dwang nodig zoals je merkt)
  • Binnen zet ik mijn eierwekker op 15 minuten. Dan ben ik al heel enthousiast over wat ik ga doen.
  • Vervolgens ga ik aan de piano, aan het bureau, aan de laptop, wat het ook is wat ik gepland heb.
  • Ik speel / oefen / schrijf / lees tot het alarm af gaat.
  • Het leuke is dat als het alarm afgaat, ik geen zin heb om te stoppen. Vaak zet ik de wekker een tweede of een derde keer.

Dit is persoonlijk en dus voor iedereen anders, maar de grote plussen van deze methode zijn wat mij betreft:

  • ik hoef geen stressvolle last-minute studie te doen. Je weet wel, twee uur voor een repetitie in lichte paniek door de bladmuziek rousen,
  • ik ben rustiger in het hoofd. Denk minder ‘ik moet eigenlijk…’ of erger, ‘had ik maar…’,
  • het maakt me blij om tijd te maken voor wat ik echt wil doen,
  • omdat ik studeer, word ik beter in wat ik wil leren,
  • en daar word ik ook weer blij van,
  • en deel twee van het magische karakter: die vijftien minuten zijn als het ware vastgelegde tijd. Je hebt er vorm aan gegeven door er vijftien telbare minuten van te maken. Dan kun je nooit het gevoel hebben dat de tijd door je vingers glipt. Meer controle over de dag. Cool.


Misschien krijg je ook zin om het te proberen op je eigen terrein – dat hoop ik van harte. Misschien denk je ‘Ze kan dat doen omdat ze focus heeft, en ze heeft geen kinderen en ze heeft geen kleinkinderen en ze heeft geen What’s-App en ze heeft ook geen tuin.’
Kan kloppen. Maar hey, het is maar een kwartiertje.

donderdag 2 februari 2017

De poort naar de Middeleeuwen


februari 2017

Onlangs wezen filmen in en rond twee prachtige kastelen op een kwartiertje rijden. In Beynac en Castelnaud kun je in de augustusmaand over de hoofden lopen, nu liepen de cameravrouw en ik helemaal alleen rond binnen de dikke muren van de indrukwekkende & indertijd onneembare vestingen. Maar ja, die gaat er nou met min twee graden in een kasteel rondlopen. Die arme Middeleeuwers, trouwens. Brr.

Castelnaud-la-Chapelle met droog vriezend weer

We maken een videoclip voor mijn vrouwenensemble Gaia, dat optreedt in middeleeuwse jurken. Voor een duistere shot in de mist moet ik op blote voeten over de kasseien rennen en eindigen op een grasveldje. Daar kom ik tot een ontdekking die ik nooit gedaan had als ik lekker warm thuisgebleven was: in de vrieskou is het gras kouder dan de stenen. Nutteloze kennis natuurlijk. Maar ik word wel blij van kleine ontdekkingen of ideeën die niet direct Productief met hoofdletter zijn. Misschien heeft het te maken met het 'aanvullen van de bron'. Net als voor jezelf zingen, of pianospelen, decoraties knutselen of haiku's schrijven. Die lastige Mozart-sonate zal nooit iemand anders horen dan ikzelf maar het pure Er Mee Bezig Zijn geeft voldoening. 

De dames van Gaia maken zich op voor de shots
Hoorde onlangs iemand zeggen dat het belangrijk is deze dingen dagelijks te doen, al is het maar even. Je komt weer tot jezelf en daarmee in je energie. Waarmee je productief kunt zijn op een natuurlijke manier.

Ik wens je dit jaar veel momenten toe waarin je die belangrijke bron weer aanvult.

vrijdag 12 augustus 2016

Coming-out met bietjes & guacamole



De diva's van Gaia
L'ensemble vocal Gaia Official Coming-out! Ons vrouwenensemble Gaia gaf woensdag haar eerste festival-concert in Milhac, een schitterend vestingsdorpje dat ergens in de rimboe op een rots geplakt zit. Vol in middeleeuws tenu want het oog wil ook wat. Nu de adrenaline zien kwijt te raken. Dat doen we onder meer met lekker eten.Vandaag een licht, snel, makkelijk en gezond recept. Wil je nog iets over Gaia zien, klik dan hier.


Voorgerecht, vier personen: 

-        Vier gekookte bietjes
-        Twee avocados
-        Stevige sla
-        Mosterd
-        Notenolie en olijfolie
-        Balsamico-azijn
-        Paprikapoeder, peper en zout
-        Geschaafde amandelen
-        Vier bordjes

Bij mij mislukken die gewaaierde bietjes altijd. Cuisine sauvage.
Leg op elk bord wat sla-blaadjes als ondergrond. Snij de bieten in flinterdunne plakjes en drapeer ze kunstig op de sla. Tip: zorg bij het snijden dat alle plakjes mooi bij elkaar blijven, pak ze in één keer op en vouw ze als een waaier uit op het bord. Klop een vinaigrette van notenolie, azijn, mosterd, peper en zout. Lepel de vinaigrette over de bietjes. Prak de avocados fijn, roer er wat olijfolie, zout, peper en paprikapoeder door. Schep de guacamole op de bietjes. Rooster de geschaafde amandelen in een droge pan en versier daar tot slot je salade mee.

Ook lekker als hoofdgerecht. Maak dan wat meer en geef er fetakaas met olijven, tzaziki en ciabatta of Turks brood bij. Voor de tzaziki: meng door elkaar kwark, olijfolie, peper, zout, peterselie, veel knoflook en goed uitgelekte geraspte komkommer.



woensdag 27 juli 2016

Let's party!



Yes! De kerstverlichting hangt weer. Niet voor de kerst, maar voor het dorpsfeest. Cazals en fête, lees je op fluorescerende A3-posters borden langs de weg (banners in het weiland mogen sinds kort niet meer van de Staat). Pomarède en fête. Frayssinet en fête. Gindou en fête. Bij de entree naar het dorp een verkeersbord ‘Pas op! FESTIVITÉS!’ Ieder vermaledijd dorp viert zijn eigen zomerfeest. En niet alleen voor eigen dorpelingen en toeristen. Ook van naburige nederzettingen wordt acte de présence verwacht. De plaatselijke bouwondernemer geeft twee slappe bisoutjes, laat de brede schouders hangen en wrijft vermoeid over zijn indrukwekkende buik. ‘Men komt niet aan zijn rust toe,’ zegt hij zielig.  Een man die zielig kijkt! Nooit in trappen! Deze kan zich prima redden, zelfs als er drank in zit. Mijn gedachten gaan terug naar een vorig dorpsfeest, toen de anders zo vredelievende molligerd een brutale Nederlander tegen de grond sloeg.

Het ging dan ook niet over zomaar iets.

De ruziezoeker, toch al niet bekendstaand om zijn subtiele humor, had in het café begrepen dat de cementmagnaat président was van de vereniging van de pompiers. Dat zijn niet alleen de brandweren, maar ook de ziekenbroeders en die staan nog weer een paar niveaus hoger dan de chef van de Republiek. Goed, de Hollander strompelt – het is al ’s avonds een beetje laat – op de bouwer af, vraagt hem luidkeels hoe het met zijn pompiers gaat en maakt een paar obscene pompbewegingen. De huizenbouwer aarzelt geen seconde, duwt zijn bierpul in de handen van een behulpzame buurman, haalt flink uit en dan ligt twee tellen later den Hollander op de grond, rijp voor ja, voor de pompiers eigenlijk.
Aan dit gewildebras gaat een katholieke mis vooraf. Oorspronkelijk heet zo’n dorpsfeest namelijk fête votive en de dorpen vieren er al sinds mensenheugenis hun beschermheilige mee. Het gebruik is typisch voor het zuiden en zuidwesten van Frankrijk, het oude Occitanië en Aquitanië dus. Wellicht dat in nog oudere tijden de trigger voor een feest het binnenhalen van de eerste oogsten was.
Nu snappen we ook waarom de feesten altijd dezelfde inhoud hebben. Ze zijn geweun heel traditioneel. Het is dan ook heel leuk om als toerist tegenaan te kijken. Tie-pies Frans weer, stoot je je reisgenoot in de zij.

De ingrediënten zijn simpel doch doeltreffend. Kleurige driehoekslingertjes, soms dus kerstverlichting want je moet toch wat, een petanque-concours, een leeg-die-zolder (rommelmarkt), een tombola met prijzen, een kermis, een dansfeest (vaak met een swingende live-band die ook ineens in een musette-achtig walsje kan losbarsten), niet niet niet te vergeten een verschrikkelijk duur en goed vuurwerk en al helemaal niet te vergeten een urenlange repas aan witgedekte tafels.

Elk jaar weer opnieuw.

Een vergadering van het comité d’animation: Zullen we niet een keer iets anders doen? – In plaats van wat dan? De pétanque kunnen we echt niet laten vallen. – Nee en de vide grenier ook niet want iedereen is al het hele jaar spullen aan het verzamelen. – En als we nou het vuurwerk … - Zeg Christine, ben je nou helemaal gek geworden? Korte stilte. – Bon, zijn we het eens? Zelfde programma als vorig jaar? Maar oui, wat denk je wel zeg. Natuurlijk. Wat zouden we anders moeten doen.

© 2016 Anke de Bruyn. All rights reserved.

maandag 20 juni 2016

Going crazy

De wind van de gekken is weer bezig. Le vent des fous komt uit het zuiden en is warm en hard. Het is nog niet zo erg als de mistral, maar hard zat. In Toulouse schijn je bij de vent des fous niet eens op twee voeten de Pont Neuf over te komen. Je kijkt naar buiten, ziet de boomtoppen krom staan en denkt: kom, ik trek een trui aan. Dan kom je buiten en het zweet breekt je uit. Gauw weer naar binnen. Daar loeit en fluit het door de dakgoot. Ook geen lekkere plek om te zijn. Buiten een klusje doen, vergeet het maar, je waait uit je kleren. Het enige wat je met zulk weer kunt doen is boodschappen. Met een auto die niet teveel wind vangt.

Quel vàng,’ zegt de slager met zijn mooie Lotoise accent. Een oude dame in de winkel knikt heftig en beaamt ‘eh oui, ça siffle, hein.’
Ik merk intussen dat ik niet voldoende geld heb en breng verlegen de slager op de hoogte.
‘Ach, dat is toch helemaal niet erg,’ zegt de oude dame.
Ook de slager zit er niet mee. Hij scheurt het bonnetje af, krabbelt mijn woonplaats op de achterkant en plakt het met een scotch (ook handig om te weten: plakband) tussen heel veel andere briefjes. Boven al die briefjes hangt het obligate bord: La maison ne fait pas de credit.

Gourdon (Lot)
Dan naar de grote stad (hoewel, alles is relatief: Gourdon heeft 4300 inwoners) voor de maandelijkse voorraadaanvulling. In de rij bij de Intermarché voel ik dat ik bekeken word. Ik kijk om en omlaag. Een piepklein meisje van een jaar of zes staat me strak aan te kijken. ‘Bonjour,’ zegt ze, zoals alle Franse kinderen, wacht geen antwoord af en zet het onmiddellijk op een ratelen. Dat haar moeder even iets halen is en dat zij op de plek in de rij moet passen. En dat ze vandaag vrij heeft omdat de leraren staken. En of ik ook van chips hou net als zij, wijzend op mijn voorraad bovenop de kar.
Moeder is intussen terug in de rij en dochter associeert er vrij op los door te vertellen dat maman verpleegster aan huis is. ‘En mijn papa, die werkt met cassos!’ vertelt ze trots en met stemverheffing. Ik knik vriendelijk want dat woord ken ik niet.
Moeder verschiet van kleur en geeft een ruk aan de arm van het kind. ‘Cécile!’ bijt ze haar toe. ‘Dat zeg je niet!’ en tegen mij: ‘Het spijt me! Sorry! Ik ben gegeneerd!’
Ik zeg dat ik geen idee heb wat een cassos is, maar dat helpt niet. De jonge moeder kijkt gepijnigd om zich heen en ik word steeds nieuwsgieriger. ‘Wat is dat dan?’ vraag ik zo zacht mogelijk.
‘Dat zijn mensen met problemen!’ roept Cécile. ‘En papa lost ze op!’
De arm van Cécile krijgt nog een ruk, een iets hardere dit keer. Ze klapt haar mond dicht.
Dit gaat een gezellig linguistisch onderonsje worden. De moeder heeft begrepen dat ik haar echt niet in de maling neem en zegt, terwijl ze stevig in de arm van een nu heel brave dochter knijpt: ‘Dat is spreektaal voor cas sociaux, sociale gevallen. We moeten beter op onze woorden letten. Kinderen…’ Ze heeft nu rode vlekjes in haar hals.
‘Ik heb een heel leuk gesprek met haar gehad,’ zeg ik naar waarheid. ‘Ze heeft me een nieuw woord geleerd.’
De blik van de moeder wordt ietsje milder. Cécile kijkt op haar allerliefst. Gedoseerd lichaamsgeweld helpt bij Franse kinderen best goed.
Als ik mijn boodschappen heb afgerekend en ingepakt, zegt Cécile beleefd au revoir, net als de moeder, die er nog een verontschuldigende glimlach achteraan gooit.

Op de parkeerplaats kom ik de fysiotherapeut tegen. ‘Wanneer kom je weer?’ buldert hij. (hij buldert altijd, zie ook andere verhalen).
‘Mercredi, c’est bon?’
‘Meeercredi,’ brult hij.
‘Dat zei ik toch.’
‘Je spreekt het niet goed uit. Mercredi.’
‘Mercredi.’
Non! Merde! Mercredi! Klinkt het zelfde.’
‘Merde,’ probeer ik, ‘mercredi.’
‘Voilà,’ zegt de fysio tevreden. ‘Nou vergeet je het niet meer. Merde.’

Zwaar onder de indruk rij ik terug naar huis. Wat heb ik weer een hoop Frans bijgeleerd. Waar een winderige dag al niet goed voor kan zijn.
© 2016 Anke de Bruyn. All rights reserved.
Ook Gourdon (15 km vanaf Cazals)