Gisteren na een
repetitie met mijn vrouwenensemble stond Marie-Denise bij het raam en keek naar
het briefje dat je hier op de foto ziet. Ze vroeg wat het inhield. Mijn antwoord was
kort en incompleet – iets met dat ik de dingen die ik graag wil leren, elke dag
moet bijhouden, oefenen etcetera. Maar dat is niet het hele verhaal. Die 15
Minutes a Day Method is een art de vivre
geworden.
Het begon allemaal met mijn
juf Italiaans toen ik nog in Nederland woonde. Ik wilde Italiaans leren want ik
hou nou eenmaal van talen en dit is toch de taal der muziek, zullen we maar
zeggen. Mijn juf zei dat ik mezelf een jaar moest geven, ik zou elke week een
uurtje bij haar komen. Ze legde een grammaticaboek met oefeningen en gesprekjes
voor mijn neus en dat verdeelden we in twaalf delen, eentje voor elke maand.
Die verdeelden we weer in vieren zodat ik niet al te grote wekelijkse lesjes
had om voor te bereiden. Op die manier zag mijn grote project er zeer
overzichtelijk en behapbaar uit. Toen zei ze: ‘Je hoeft niet veel te doen
thuis. Een kwartiertje per dag is voldoende. Maar let op: elke dag.’
Zo had zij haar talen
geleerd, legde ze uit. Hou je vast. Ze sprak Italiaans, Frans, Russisch,
Tsjechisch en natuurlijk Engels. Inmiddels was ze op haar 67e begonnen
met het leren van Japans volgens haar 15-minuten-methode. Ik vond het
geweldig, wat een focus had die vrouw. Maar voor mezelf had ik de nodige
twijfels. ‘Zij kan dat doen,’ dacht ik, ‘want ze is met pensioen, zij heeft
focus en ik niet, ze heeft tijd en ik niet, ze heeft geen partner, ze hoeft
geen hout te hakken, ze hoeft niet een heel huis schoon te houden maar een
klein flatje…’ Enzovoorts.
Allemaal smoesjes, wist ik na
enig nadenken. Ik gaf mezelf een schop en ging aan de arbeid.
Hier komt de magie van de methode!
Eerst dacht ik dus dat je gefocussed moest zijn om dit te kunnen. Maar het
blijkt omgekeerd. Het zijn juist die 15 Minuten per Dag die je focus geven.
Daarom heb ik dat briefje op het raam geplakt, omdat het met dat briefje
begint.
Met mijn slechte handschrift
heb ik mijn best gedaan er een mooi papiertje van te maken, waar ik graag naar
kijk, en dat me eraan herinnert: ‘Het’ doet het voor mij.
Ik ga als volgt te werk.
- Beginnen. Het moeilijkste onderdeel! Daarom zeg ik heel streng: ‘En kom niet uit je kamer voordat dat kwartier om is!’
- Dan loop ik naar mijn werkkamer en dat loopje geeft gewicht aan de zaak: Geen afleiding! Gaan! (ik heb een beetje militaire dwang nodig zoals je merkt)
- Binnen zet ik mijn eierwekker op 15 minuten. Dan ben ik al heel enthousiast over wat ik ga doen.
- Vervolgens ga ik aan de piano, aan het bureau, aan de laptop, wat het ook is wat ik gepland heb.
- Ik speel / oefen / schrijf / lees tot het alarm af gaat.
- Het leuke is dat als het alarm afgaat, ik geen zin heb om te stoppen. Vaak zet ik de wekker een tweede of een derde keer.
Dit is persoonlijk en dus
voor iedereen anders, maar de grote plussen van deze methode zijn wat mij
betreft:
- ik hoef geen stressvolle last-minute studie te doen. Je weet wel, twee uur voor een repetitie in lichte paniek door de bladmuziek rousen,
- ik ben rustiger in het hoofd. Denk minder ‘ik moet eigenlijk…’ of erger, ‘had ik maar…’,
- het maakt me blij om tijd te maken voor wat ik echt wil doen,
- omdat ik studeer, word ik beter in wat ik wil leren,
- en daar word ik ook weer blij van,
- en deel twee van het magische karakter: die vijftien minuten zijn als het ware vastgelegde tijd. Je hebt er vorm aan gegeven door er vijftien telbare minuten van te maken. Dan kun je nooit het gevoel hebben dat de tijd door je vingers glipt. Meer controle over de dag. Cool.
Misschien krijg je ook zin om het te proberen op je eigen
terrein – dat hoop ik van harte. Misschien denk je ‘Ze kan dat doen omdat ze
focus heeft, en ze heeft geen kinderen en ze heeft geen kleinkinderen en ze
heeft geen What’s-App en ze heeft ook geen tuin.’
Kan kloppen. Maar hey, het is maar een kwartiertje.