zondag 9 april 2017

Vondst

Al sinds kinderheugenis heb ik de rare gewoonte om naar de grond te kijken als ik loop. Eén van mijn tics is namelijk het oprapen van mooie stenen. Mijn herinneringen van wandelvakanties in de bergen zijn grijze bergpaden, gelige bergpaden, alpenweiden met steenkleurige koeienflotsen. De mooiste bezoekjes waren die aan voormalige steengroeves-met-fossielenwinkeltjes. Zelf fossielen vinden was natuurlijk helemaal het summum. Vol ontzag was ik dan ook toen mijn broer een echte zeelelie van tweehonderd miljoen jaar oud vond. Ik hoef dat jaartal niet eens na te vragen, ik weet nog precies wat er gezegd werd door de meneer van het museum, waar we het ding lieten zien. Misschien ben ik sindsdien wel op zoek naar het ultieme fossiel.
versteend hout op de causse bij Cazals
Daar is best kans op in het land waar Obelix zijn menhirs produceerde, en waar de gemiddelde hond eerder met een steentje in de bek zal komen aanzetten dan met een tak. Slecht voor het gebit, fijn voor de veterinair. Jean-Claude, een kunstenaar die voor zijn werk superdeluxe zwembaden en voor zijn passie beelden uit steen houwt, heeft een collectie fossiele schelpen waar ik stikjaloers op ben. Hij heeft me zelfs een keer plagerig een stuk versteende vis voorgehouden. De grond waarop wij wonen, is één grote schatkamer. Het sterft in de Périgord van de grotten en ondergrondse stroompjes. Maar zolang ik nog niet aangepapt heb met de plaatselijke speleoloog (voor de bucketlist) moet ik het bovengronds zoeken. De eerste vondst versteend hout heb ik al binnen, of eigenlijk, gefotografeerd want het zat in een rotsblok.

Eliane Mouly, mijn bejaarde vriendin en wandelend geschiedenisboek bij wie ik graag de zondagochtend doorbreng, is een belangrijke bron van De Verhalen Achter De Steen. Hoe het zit met al die muurtjes en steenhopen in het landschap, wil ik van haar weten. Je wordt er mee doodgegooid, van Cahors tot Sarlat. Er zijn hopen die eruitzien als neergestorte zeppelins. En er zijn muurtjes zo diep verstopt in de bossen dat je zeker weet dat je op een prehistorische nederzetting bent gestuit. Maar Elianes antwoord gaat een heel andere kant op.

‘Als jij je stuk land af wilt grenzen, dan leg je muurtjes aan,’ zegt Eliane. ‘Als jij je grond wilt bewerken, dan gooi je die in de bosjes op een hoop. Weet je wel dat iedereen hier vroeger wijnboer was? De wijn werd ingezameld, ging hop naar Bordeaux en werd verscheept tot aan Rusland toe. Ruilverkaveling zoals in het noorden hebben we nooit gekend.’ 
‘De druiventeelt gaf werk aan iedereen. Het ging goed tot de phylloxera-bacterie kwam. Die maakte in één klap een einde aan de druif. Meneer Combes van hier achter zei pas nog dat de phylloxera erger is geweest dan de Zwarte Dood.’ Ze steekt een bibberende wijsvinger in de lucht. ‘En niet lang daarna, hop, de Grande Guerre eroverheen. Hele dorpen waar geen man meer te bekennen was. Nou, dat was het complete failliet van het Zuidwesten, begrijp je. Jonge mensen trokken weg naar de stad en voilà, tu vois. Je kunt je afvragen waar we vandáán komen. Na die rampspoed. Eigenlijk zitten we nog steeds in de opbouwfase.’
Ik begin beter te begrijpen waarom de mensen van hier over de geschiedenis, zelfs over de hele verre geschiedenis zoals de Honderdjarige Oorlog, praten alsof ze er zelf bij waren. Het was een aaneenschakeling van grote gebeurtenissen met weinig tijd om te herstellen. Het gebied viel van één in het ander. Leeggeplunderd in de dertiende eeuw. Toen kwam de pest. Leeggeplunderd in de zestiende eeuw. Toen kwam de revolutie. En tenslotte de verwoesting door misoogst en oorlogen. ‘Het is een gebied van résidences secondaires geworden,’ stelt Eliane droog vast.

Dus al die muurtjes tegen de hellingen waar nu weerbarstige eikjes en ander stroef kreupelhout de dienst uitmaken, die komen allemaal uit de tijd van de druiventeelt. Moeilijk voor te stellen hoe het er toen in dit verlaten en doodstille niemandsland uitzag: ooit waren hier keurige rijen druivenstokken èn veel meer levendigheid. Een soort treintafel in het echt. Stemmen die over de velden schallen, mensen op paarden en met karren door het landschap schuivend, kinderen rondrennend in de dorpen. Ik moet denken aan het beeld dat een oude boer onlangs schetste over de tijd dat zijn grootouders jong waren. ‘Je kwam op een boerderij en het was er gewoon druk! Mensen liepen in en uit. Ze kwamen boodschappen doen bij elkaar. Bij de één kocht je melk, bij de ander eieren en kippen, bij een derde groenten of geitenkaas.’

Mysterieuze vindplaats?
Rijdend door het stille landschap laat ik de fantasie op hol slaan. Maar zijn er dan helemaal geen grafheuvels uit de ijzertijd? vraag ik hoopvol. Of muren van ruïnes van kastelen uit de tijd van de Meringoviërs?
‘Ach nee,’ zegt Eliane. ‘Zó oud is het niet. Sommige stukken misschien, maar het is zo moeilijk te achterhalen dat ik er niets over wil zeggen. Stenen zijn altijd oeroud, want je kunt ze tot in het oneindige hergebruiken. Ga niet zoeken, want je zult niets vinden. Tenminste niet boven de grond. Zelfs mevrouw Auricoste, de grote geschiedkundige van de streek, is op zoek geweest naar resten. Hele weilanden en bossen heeft ze uitgekamd voor sporen van molens, kasteeltjes van vazallen die worden genoemd in obscure documenten die in de archieven van Cahors zijn opgeborgen. Ze heeft niks gevonden. Is ook niet raar. Kijk niet zo triste! Een gebouw dat verlaten was, kon je mooi afbreken om er je eigen huis van te bouwen! Prachtig toch? Of muurtjes bouwen op de grens van je terrein. Bedenk goed dat het een arme streek was. Gehouwde stenen zijn nog steeds duur.’
Ultieme recycling dus. Een wonder dat er nog zo veel kastelen over zijn in dit sprookjesland. Ik ga maar weer eens een wandeling maken. Fossielen zal ik niet vinden, maar wel stenen die een verhaal vertellen – over een grens, of een huis, of een put. Herinneringen aan de tijd dat er nog stemmen klonken in dit verlaten stuk Frankrijk. De muurtjes en steenhopen vormen samen de lijnen van de geschiedenis. Dan leer ik misschien de ziel van het land weer wat beter kennen. Dat is meer waard dan welke fossiele vondst ook.
© 2017 Anke de Bruijn. All rights reserved.